Spermatozoa en transport

Problemen bij de vruchtbaarheid komen vaak door slechte spermacellen of door problemen tijdens het transport. Het probleem van slechte spermacellen is op te delen in 5 groepen:

1. geen of zeer weinig zaadvloeistof
2. geen of zeer slecht bewegende zaadcellen
3. zaadcellen met afwijkende vorm zoals kop en staartafwijkingen
4. antistoffen tegen zaadcellen
5. ontstekingscellen

De normale waarden die bij een spermaonderzoek naar voren komen zijn:
• Normaal komen er gemiddeld bij een zaadlozing honderd tot tweehonderd miljoen zaadcellen in totaal vrij. Normaal is dan een ejaculaat van twintig tot vijftig miljoen per milliliter spermacellen.
• De beweeglijkheid (motiliteit) van het sperma zegt iets over de kans dat het sperma op eigen kracht naar de eicel in de eileider toe kan zwemmen. Motiliteit blijkt een zeer belangrijke waarde te zijn van zaadkwaliteit. Normaal is wanneer minstens 50% van de zaadcellen beweegt en daarvan 25% goed, dus vooruit, beweegt.
• De beweeglijkheid is optimaal bij een temperatuur van 37°C (= lichaamstemperatuur).
• Bij elke man komen zaadcellen met een afwijkende vorm voor. Normaal gesproken is er sprake van dat ten hoogste 70% van de zaadcellen qua vorm, morfologie, afwijkt van het normale beeld.
• De hoeveelheid vocht (het volume van het semen) is normaliter tussen de twee en vijf milliliter per ejaculaat.
• Een pH-waarde van ongeveer zeven is normaal.

Als er dus minder dan twintig miljoen zaadcellen per milliliter sperma worden geteld, dit kunnen er zelfs nul zijn, of als het totale aantal zaadcellen in een zaadlozing lager is dan veertig miljoen, is er sprake van te weinig zaadcellen. Een lager aantal spermacellen dan normaal, wordt oligozoöspermie genoemd. Als er herhaaldelijk helemaal geen zaadcellen worden gevonden spreekt men van azoöspermie. Bij een tekort aan zaadcellen in het sperma is het vaak zo dat deze zaadcellen slecht bewegen en een abnormale vorm hebben. De reden dat het zaad afwijkend is, is moeilijk te achterhalen en vaak zelfs helemaal niet te verklaren. Het is meestal zo dat er iets mis is met het scrotum of het is te wijten aan een stoornis in de spermaproductie, de spermiogenese. Er is echter meestal geen zekerheid van wat het is. Sommige studies bevestigen niet alleen de afname van de zaadcelconcentratie maar tonen ook aan dat er een afname is van het totale aantal bewegende zaadcellen en een toename van het aantal zaadcellen met abnormale vormen. Een verminderde beweeglijkheid, motiliteit is, zoals hierboven al genoemd ook mogelijk. Een motiliteit van minder dan 25% vooruitbewegende zaadcellen wordt asthenozoöspermie genoemd. Bij de vorm wordt de onvruchtbaarheid veroorzaakt als er meer dan 70% van de zaadcellen qua morfologie afwijkt van het normale beeld. Men spreekt dan van teratozoöspermie.

Bij een verminderde kwaliteit van het zaad gaat het vaak om een combinatie van deze drie factoren, dus oligo-astheno-teratozoö-spermie, ook wel afgekort tot OAT. Een man met weinig zaadcellen die ook weinig beweeglijk zijn, maakt een kleinere kans op het tot stand brengen van een bevruchting dan iemand met weinig maar goed beweeglijke zaadcellen. Bij de meeste mannen met zaad dat niet optimaal is, is er dan ook sprake van een combinatie van een laag aantal zaadcellen met een geringe beweeglijkheid en veel afwijkende vormen van die zaadcellen. Bij het vierde punt, de antistoffen tegen zaadcellen, zijn er op de spermacellen antistoffen aanwezig waardoor het sperma zijn bewegend vermogen verliest. Dit komt doordat de antistoffen die op de zaadcellen aanwezig zijn aan het baarmoederhalsslijmvlies binden waardoor de voortgaande beweging van het sperma verandert in een beweging ter plaatse. Hierdoor wordt het transport naar de eileider geblokkeerd. De aandoening waarbij de vrouw antistoffen heeft tegen het zaad van de man, heet immunologische infertiliteit. Hoewel de aanwezigheid van deze antistoffen niet altijd een negatief effect op de vruchtbaarheid heeft, is bij meer dan 90% van de personen met antistoffen de vruchtbaarheid duidelijk verminderd. Dit komt omdat de hoeveelheid antistoffen wel een rol speelt. Bij 70% van de mannen die zijn gesteriliseerd ontstaan antistoffen tegen zaadcellen en blijven ze ook na de hersteloperatie aanwezig. Soms worden er ook antistoffen aangetroffen na een ontsteking of een trauma van het scrotum. Soms ontbreekt een duidelijke oorzaak echter.

Andere oorzaken voor een slechte kwaliteit van de zaadcellen zijn:
• Overmatig alcoholgebruik. Dit is het geval als er meer dan twee glazen per dag worden gedronken.
• Roken en drugsgebruik
• Een te hoge temperatuur in het scrotum. De temperatuur hoort 35°C te zijn, wat dus lager is dan de lichaamstemperatuur van 37°C. Door een strakke (onder)broek, veelvuldig hete baden te nemen of naar de sauna te gaan, een spatader in het scrotum (varicocèle) en een zittend beroep wordt deze temperatuur verhoogd.
• Te veel zaadlozingen, dus meerdere keren per dag, of te weinig zaadlozingen. Dit draagt bij aan een verminderd aantal zaadcellen per zaadlozing. Optimaal is eens in de drie tot vijf dagen.
• Werken met chemische of radioactieve stoffen, bestrijdingsmiddelen, lood, ioniserende straling (bijv. röntgen) en medicijngebruik kunnen allen van invloed op de zaadkwaliteit zijn.
• Stress
• Te weinig vitamine C

Het kan ook voorkomen dat het zaad er volgens de uitslag van een zaadonderzoek normaal uit ziet, maar dat het geen bevruchtend vermogen heeft omdat de capacitatie of de acrosoomreactie niet optreedt. De oorzaak hiervan is onbekend. Tevens is het zo dat bij bepaalde ziekten en aangeboren afwijkingen vaak een verminderde zaadkwaliteit wordt vastgesteld. Hierbij is echter niet altijd duidelijk of de oorzaak voor de verminderde kwaliteit ook echt in die afwijkingen ligt of dat er nog andere factoren meespelen. De meest voorkomende oorzaak is de varicocèle, een spatader in het scrotum. Door deze spatader stijgt de temperatuur in het scrotum, waardoor de zaadvorming wordt belemmerd. Dit is operatief te verhelpen. Er zijn ook andere afwijkingen zoals de, al dan niet gedeeltelijke, afwezigheid van zaadleiders en een vroegere ontsteking aan één of beide zaad- of epididymi. Deze afwijkingen veroorzaken een probleem bij het transport. Bij afwezigheid van de zaadleiders is dit onmogelijk en bij een vroegere ontsteking is er soms sprake van een belemmering van de aanmaak of het transport. Ook verstoppingen en infecties van de epididymus of de zaadleiders komen voor bij ongeveer 10% van de mannen met vruchtbaarheidsproblemen. De verstoppingen kunnen het gevolg zijn van al dan niet terugkerende infecties, aangeboren afwijkingen of operaties van het scrotum of de lies. Als het probleem dubbelzijdig is bestaat een totale afwezigheid van zaadcellen in het sperma. Doorgaands is de functie van het scrotum goed bij onderzoek: de zaadcellen worden in voldoende mate aangemaakt, maar bereiken niet de plasbuis.

Verstoppingen van de epididymus of de zaadleider kunnen, naast dat ze een aangeboren afwijking betreffen, ook het gevolg zijn van een operatie. Dit kan bijvoorbeeld een liesbreukoperatie zijn of een operatie in verband met niet ingedaalde scrotum. Langdurige verstoppingen leiden tot functieverlies van de epididymus door verhoogde druk in het kanaal van dit orgaan met lekkage en bindweefselvorming. Een verstopping van de afvoergang van de zaadblaasjes leidt tot een sterke afname van de geproduceerde hoeveelheid sperma en een lage zuurgraad. De zaadblaasjes zijn gestuwd, doordat het vocht de klier niet kan verlaten. Dit kan ook pijn veroorzaken, vooral tijdens de zaadlozing. De oorzaak van de verstopping is meestal een chronische ontsteking van de prostaatklier: de afvoerbuis van de zaadblaasjes loopt immers dwars door de prostaat en kan worden dichtgedrukt door ontsteking in de prostaatklier. Soms zijn aangeboren afwijkingen de oorzaak van de verstopping van de zaadblaasjes. Infecties van de epididymus zijn het gevolg van een infectie van de blaas of de prostaat. Via de zaadleider kan deze infectie zich uitbreiden naar de epididymus. Het gevolg is een pijnlijke zwelling van de epididymus met koorts. Soms breidt een dergelijke infectie zich verder uit naar het scrotum met als gevolg een functieverlies en een ernstige ontsteking die kan leiden tot het verlies van het scrotum. Een epididymus ontsteking zal leiden tot een verminderde functie en tot littekenweefsel in het orgaan. Ook kan het kanaal van de epididymus verstopt raken. Als dit zowel links als rechts gebeurd zal dit leiden tot het ontbreken van zaadcellen in het sperma.

Een verminderde functie van de epididymus uit zich vooral in een verminderd aantal zaadcellen en slechte beweeglijkheid. De meeste epididymus ontstekingen worden veroorzaakt door bacteriën, die vaak ook verantwoordelijk zijn voor een blaasontsteking. Soms is er sprake van een geslachtsziekte, zoals gonorroe of chlamydia. Dergelijke infecties kunnen leiden tot verstoppingen van zowel de epididymus als de zaadleider en zijn operatief moeilijk te behandelen. Epididymus ontsteking heeft, net als prostaatontsteking, de neiging regelmatig terug te keren of een meer chronische stadium aan te nemen, met alle kwalijke gevolgen van dien. Tot slot zijn er nog de erfelijke factoren. Vermoedelijk spreken erfelijke factoren hier een rol, een voorbeeld hiervan is het ontbreken van zaadleiders. Er bestaat dan vaak ook een genetische afwijking die een verhoogde kans meebrengt op het ontstaan van cystic fibrosis bij een eventueel kind. Bij andere vormen van extreem slechte zaadkwaliteit worden er soms ook afwijkingen op de chromosomen aangetroffen, waarna bloedonderzoek verdere informatie geeft. Hier komt dan ook nog bij dat bij dergelijke afwijkingen er vaak een verhoogde kans op een miskraam is of dat het kind aangeboren afwijkingen heeft indien er wel bevruchting plaatsvindt. In al deze gevallen, dus het bij het aanwezig zijn van een afwijking, is de zaadkwaliteit vaak niet te verbeteren. Tevens kan er sprake zijn van een erectiestoornis of een stoornis in de zaadlozing van de man. Deze stoornissen komen vooral voor bij mannen met een ruggenmergbeschadiging en diabetici. Erectiestoornissen treden vooral op bij oudere mannen en bij mannen met een neurologische ziekte of met suikerziekte. Ook bepaalde medicijnen kunnen een erectiestoornis veroorzaken. Bij problemen met de zaadlozing is er vaak sprake van sperma dat de verkeerde kant opgaat. Hierbij komt het sperma in de blaas, dit heet retrograad. Dit is het geval wanneer de blaashals niet of niet voldoende sluit en het sperma zo kan ontsnappen naar de blaas, waarna het dan uitgeplast wordt. De oorzaak hiervan is meestal een zwakke blaashals die is ontstaan door bijvoorbeeld medicijngebruik of door blaas- of prostaatoperatie. Ook neurologische ziektes en suikerziekte kunnen er een aanleiding voor zijn. De man ervaart bij een retrograad zaadlozing wel een orgasme, maar er komt zeer weinig tot geen sperma uit de penis. Ook kan het zijn dat er helemaal geen zaadlozing plaatsvindt, dit heet anejaculatie. Deze reflex kan afwezig zijn door een neurologische ziekte (dwarslaesie), multiple sclerose, suikerziekte, medicijngebruik, operaties in het verleden en zelden door psychische factoren. Het probleem is meestal tijdelijk.

Geschreven door: Dhr. Arash Khamooshian , BSc (Universiteit Utrecht, SUMMA,Biomedische Wetenschappen)

Referentielijst:
www.babyinfo.nl
www.andrologie.nl
www.freya.nl
www.fertimagazine.nl

Related posts

Pnyxe Comment Box