Behandeling van obesitas
Obesitas is bij verreweg de meeste mensen een levenslange aandoening waarvoor tot op vandaag geen werkelijk genezende behandeling voorhanden is. Dit betekent uiteraard niet dat behandeling van obesitas een zinloze bezigheid is. Doel van de behandeling van obesitas is niet zozeer het streven naar een ideaal lichaamsgewicht, maar vermindering van de te verwachten aandoeningen en sterfte ten gevolge van de obesitas. Er zijn verschillende behandelingen mogelijk:
• voorlichting
• voedingsadviezen
• bewegingsadviezen
• gedragsadviezen
• operaties
• medicijnen
De behandeling met medicijnen worden op andere locaties beschreven:
10.1 Voorlichting
In theorie is de behandeling van overgewicht en obesitas simpel. Door minder te eten en meer te bewegen val je af. In de praktijk blijkt het ingewikkelder. Niet meer dan vijf tot tien procent van de obese mensen is in staat om op langere termijn een normaal gewicht te handhaven. Blijkbaar doet het lichaam er van alles aan om het vetpercentage weer te laten stijgen. Hoe meer iemand afgevallen is, hoe moeilijker het is om niet weer aan te komen. Het bekende ‘jojoën’ is dan ook vaak het gevolg van een onrealistisch laag streefgewicht. Het is belangrijk om dit goed aan de patiënten uit te leggen.
Er wordt steeds meer van uitgegaan dat het beter is om een patiënt met obesitas tien procent te laten afvallen dan tot een gezond gewicht. Iemand van 95 kilo moet je dus adviseren om 9,5 kilo af te vallen. De kans dat de patiënt dit gewicht handhaaft is groot en de kans op ziekten is al flink afgenomen. De bloeddruk daalt met zo’n vijftien procent, de medicatiebehoefte bij suikerziekte wordt tot vijftig procent minder en de vetstofwisseling verbetert.
Mensen wordt geadviseerd om af te vallen wanneer ze een BMI hebben van boven de 30 of wanneer de BMI tussen de 25 en 30 ligt en er bijkomende risicofactoren zijn. Deze risicofactoren zijn:
• een ongunstige vetverdeling (appelfiguur)
• aandoeningen die de kans op hart- en vaatziekten verhogen (metabool syndroom)
• andere aandoeningen die het gevolg zijn van obesitas
• familieleden met obesitas, suikerziekte en/of hart- en vaatziekten
• roken
Je kunt mensen verwijzen naar de website www.apotheek.nl, waar ook informatie over obesitas en de behandeling daarvan te vinden is. Veel mensen hebben baat bij contact met lotgenoten. Je kunt ze daarvoor verwijzen naar de website van de obesitasvereniging.
10. Behandeling van obesitas
10.2 Voedingsadviezen
Om af te vallen zal de patiënt een dieet moeten gaan volgen. Dit dieet kan de patiënt het beste in samenspraak met een diëtiste vaststellen. De patiënt zal een dieet beter vol kunnen houden wanneer het goed past bij zijn/haar eigen wensen en leefstijl. Wanneer de patiënt eenmaal tien procent is afgevallen, wordt het dieet zodanig aangepast dat de patiënt niet verder afvalt, maar ook niet meer aankomt.
10.3 Bewegingsadviezen
Meer bewegen is belangrijk bij het afvallen. De combinatie van een dieet en meer lichaamsbeweging geeft goede resultaten, ook op de langere termijn. Het doel is om patiënten een manier te laten vinden waarop bewegen in hun normale leefpatroon blijvend ingepast kan worden. Een moeder met drie kleine kinderen zal het bijvoorbeeld niet lang volhouden om drie avonden per week naar de sportschool te gaan. Je kunt dan beter adviseren om vaker de fiets te nemen (in plaats van de auto), de trap (in plaats van de lift) of de kinderen bijvoorbeeld lopend naar school te brengen. Dergelijke eenvoudige aanpassingen in combinatie met elke dag een half uur actief bewegen (bijvoorbeeld wandelen), heeft al veel gunstige effecten. Naast de energie die tijdens de beweging verbruikt wordt, neemt de spiermassa toe waardoor het rustmetabolisme hoger wordt.
Mensen met obesitas die willen gaan sporten, moeten rustig aan beginnen. Vanwege het overgewicht en de vaak slechte conditie is de kans op blessures vergroot. Bij zeer fors overgewicht kan een fysiotherapeut helpen om verantwoord te beginnen met bewegen.
10.4 Gedragsadviezen
Veel mensen met obesitas voelen zich ongemakkelijk, ongelukkig of hebben een negatief zelfbeeld. Vaak denken deze mensen dat alles goed komt wanneer ze minder zouden wegen. Ze stellen zichzelf hoge doelen (bijvoorbeeld 30 procent afvallen). Dit is vervolgens niet haalbaar en men voelt zich nog ongelukkiger omdat het niet gelukt is (en men gaat vervolgens weer méér eten). Er kan een vicieuze cirkel ontstaan waar de patiënt maar moeilijk uitkomt. Het bespreken van het gedrag kan voor de patiënt verhelderend werken en daarmee de kans op succes vergroten. Soms is het nodig dat de huisarts de patiënt verwijst naar een psycholoog of een psychiater.
10.5 Operaties
Een kleine geselecteerde groep patiënten met een BMI >40 (of met een BMI >35 en bijkomende ziektes) komt in aanmerking voor een maagoperatie. De maag wordt bij zo’n operatie verkleind of er wordt een maagbandje geplaatst. Patiënten kunnen na de operatie minder eten en zijn sneller verzadigd. De kans op negatieve bijeffecten zoals maagklachten en veel moeten overgeven, is vrij groot.
Anonieme Inzending