Terminale pijn

Terminale pijn kan ook wel omschreven worden als de pijn die men ervaart op het einde van het leven. Dit zijn alle pijnen die aanwezig zijn bij terminaal zieke personen. Terminaal zieke personen ervaren fysische en psychische pijn. Zoals pijn, duizeligheid, misselijkheid, hebben last van kortademigheid en ervaren de situatie als uitzichtloos.
Palliatieve zorg is de meest belangrijke zorg voor terminaal zieke mensen, het zorgt ervoor dat patiënten verlicht worden van pijn of andere symptomen van hun terminale ziekte.
Deze zorg wordt vaak geassocieerd met analgetica, andere interventies en chirurgische procedures. Het overgaan van actieve behandeling op palliatieve zorg is vaak het eerste teken dat het einde van het leven van de patiënt in zicht is, dit is vaak emotioneel erg moeilijk te accepteren. Terminale patiënten met een hoog suïcidaal risico ervaren vaak veel pijn. Wanneer deze pijn verlicht wordt worden deze suïcidale risico’s vaak minder.

Terminale patiënten ervaren verschillende soorten pijn;
1.    Somatische pijn.
Vaak een constante pijn, knagende pijn, goed te lokaliseren zoals ook bot metastase.
2.    Viscerale pijn.
Vaak een constante pijn, slecht te lokaliseren, diepe borstpijn, schouderirritatie
3.    Neuropathische pijn.
Brandende pijn met schokkerige paroxisme welke is geassocieerd met directe schade aan perifere receptoren en aanvoerende zenuwen, centraal zenuwstelsel wat leidt tot verlies van centraal remmende modulatie en spontane vuring.[1]
4.    Psychogene pijn
Pijn waarvoor geen somatische oorzaak bestaat en geheel bepaald wordt door psychosociale factoren.[10]
Deze indeling is erg belangrijk omdat somatische en viscerale pijn beter te verlichten zijn met behulp van opiaten terwijl neuropathische en sympathische pijn met andere medicaties beter zijn te bestrijden.[3]

Therapie
De behandeling van terminale pijn gebeurt door middel van de analgetische ladder die opgezet is door de Wereldgezondheidsorganistatie (WHO).[14] Zie figuur 3 voor deze analgetische ladder.

297 Terminale pijn

Paracetamol en ontstekingsremmende pijnstillers (NSAID’s) behoren tot de eerste stap. Deze middelen worden gebruikt bij lichte, tot matige pijn. Ze werken niet alleen pijnstillend, maar ook ontstekingsremmend en koortsremmend.[15,16] Als deze middelen niet meer voldoende de pijn bestrijden, dan wordt overgegaan op stap 2. Wanneer de pijn erger wordt, heeft het geen zin om de dosis te verhogen van de middelen uit stap 1.[15] Daarom gaat men over tot de milde opiaten, bijvoorbeeld codeïne. Naast deze zwakke opiaten worden ook nog de middelen uit stap 1 toegediend, zoals te zien is in figuur 1. Als de pijn nog erger wordt, dan komt men bij de 3e en laatste stap van de ladder. De opiaten met eventueel pijnstillers uit stap 1. Een veel gebruikt middel bij het laatste stadium is morfine.[15] Er wordt begonnen met een orale vorm van morfine die kortwerkend is en vooral wordt gegeven bij korte en hevige pijn. Waneer deze orale toediening niet meer toereikend is, gaat men over op intraveneuze, subcutane of parenterale toediening van morfine. Een bijwerking die zeer veel voorkomt bij gebruik van morfine is verstopping. Daarom krijgen patiënten ook een laxeermiddel erbij.[15,17]

Terminale sedatie
Wanneer de analgetische ladder niet meer voldoet aan de pijnbestrijding van de patiënt, moet worden over gegaan op de volgende fase, terminale sedatie, ook wel palliatieve sedatie genoemd. Het wordt toegepast in de laatste levensfase van een patiënt die ondraaglijk lijdt. Het bewustzijn wordt dan verlaagd, er wordt geen vocht en voedsel meer toegediend. Het doel hiervan is om het lijden te verlichten.[18] Het is dus geen euthanasie. De patiënt zal naar verwachting binnen twee weken overlijden.[19] Het middel wat het meest gebruikt wordt bij palliatieve sedatie is midazolam. Volgens richtlijnen mag morfine niet gebruikt worden bij sedatie. Morfine mag wel toegediend worden om de stemming van de patiënt te verbeteren.[19]

Geschreven door: Dhr. M. Abdul Roda BSc. (Universiteit Utrecht, Farmaceutische Wetenschappen)

Referentielijst:

1.    Nestler, E.J., Hyman, S.E., Malenka, R.C.,”Molecular Neuropharmacology”. McGraw-Hill Companies 2001. Pagina 434-452.

3.    Sadock, B.J.,Virginia Alcott Sadock, M.D., “Synopsis of psychiatry, Behavioral Sciences/ Clinical Psychiatry”. pagina 1342-1343

10.    Oncoline. oncologische rictlijnen. 01-12-2006. http://www.oncoline.nl/index.php?pagina=/richtlijn/item/pagina.php&richtlijn_id=427 Geraadpleegd op 20-09-2007 en 13 oktober 2007.

14.    WHO, http://www.who.int/en/, bezocht op 7-9-07

15.    http://www.pijnpolikliniek.info/index.php?page=23&section=8 bezocht op 7-9-07 Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie – sectie pijnbestrijding 2 juni 1998 Pijnpolikliniek Roermond 19 april 2005

16.    “Difficulties in Managing Pain at the End of Life”.AJN, American Journal of Nursing:Volume 102(7)July 2002pp 26-34

17.    http://www.bcfi.be/GGR/MPG/MPG_EF.cfm bezocht op 10-9-07 Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (B.C.F.I. vzw)c/o Heymans Instituut, De Pintelaan 185, 9000 Gent

18.    Jochems, A.A.F. ,. Joosten, F.W.M.G, “zakwoordenboek der geneeskunde”, 28e druk, elsevier gezondheidszorg

19.    SFK, de richtlijn palliatieve sedatie, pw nr.3 jaargang 2006, blz 81

Related posts

Pnyxe Comment Box