De vrouwelijke genitale tractus
A4.1.0 Vrouwelijke voortplantingstractus
De vrouwelijke voortplantingstractus ligt bijna geheel in de abdominale holte en bestaat uit gepaarde gonaden, de ovaria en accessoire structuren. Deze accessoire structuren, zoals de oviducten, ontvangen het sperma, vervoeren het naar de eicel en voeden de ontwikkelende foetus. De vrouw produceert de oögonia, de toekomstige eicellen, al tijdens de foetale fase. Deze oögonia delen door mitose en worden dan de primaire oöcyten genoemd.

Na ongeveer de derde maand van de ontwikkeling zijn er geen oögonia meer en er zullen ook geen nieuwe meer worden gevormd. Tevens starten alle oöcyten de meiose tijdens de foetale ontwikkeling, maar dit proces stopt tijdens meiose I. Bij de geboorte heeft een vrouw ongeveer 2 miljoen oöcyten, waarvan er vele sterven tot aan de pubertijd. Uiteindelijk blijven er zo’n 400.000 over, waarvan maar een aantal verdergaan in de meiose gedurende iedere maand van de reproductieve jaren van de vrouw. Iedere oöcyt wordt omgeven door een laagje van kleinere cellen die de ontwikkelende oöcyt voeden en vrouwelijke geslachtshormonen afscheiden. De oöcyt en deze accessoire cellen samen worden de follikel genoemd. Tijdens de reproductieve periode, zal de vrouw ongeveer maandelijks een menstruele cyclus ondergaan. Hierbij worden meerdere follikels door een hormoon gestimuleerd te ontwikkelen, maar is er meestal maar één die echt helemaal ontwikkeld. Tijdens deze ontwikkeling doorloopt de primaire oöcyt de eerste meiotische deling en wordt een secundaire oöcyt. Tegelijkertijd vermenigvuldigen de accessoire cellen en beginnen zij het hormoon oestrogeen af te geven. Hierdoor wordt de follikel groter en breekt door het oppervlak van het ovarium, waardoor de secundaire follikel vrijkomt. Ook sommige van de accessoire cellen komen vrij, maar de meeste blijven bij het ovarium om het corpus luteum te vormen, een structuur die nu naast oestrogeen ook progesteron uitscheidt. Een paar dagen na de bevruchting wordt dit corpus luteum afgebroken. Beide ovaria liggen bij een oviduct, maar raken deze niet. Het open uiteinde van de oviduct wordt omringd met cilia die ervoor zorgen dat de vrijgekomen eicel in het oviduct terechtkomt. In deze oviducten vindt de tweede meiotische deling plaats en wordt de secundaire oöcyt een ovum. De bevruchting, dus het samenkomen van sperma en de eicel, vind tevens gewoonlijk in het oviduct plaats. De bevruchte eicel wordt een zygote genoemd. Deze zygote gaat vanuit het oviduct de uterus in, waar het zich innestelt voor verdere deling en ontwikkelt tot een baby.
A4.2.0 Bevruchting
Copulatie begint voor de man bij de erectie van de penis. Gemiddeld bevat 3 á 4 ml semen 300-400 miljoen spermacellen. Het secreet dat geproduceerd wordt door de accessoire geslachtsklieren activeert het sperma naar zwemmende structuren en neutraliseert de zure vloeistoffen in de vagina, die normaal de groei van bacteriën tegengaan. Inwendige bevruchting of copulatie maakt het mogelijk dat het sperma direct in de vrouwelijke voortplantingstractus terechtkomt. Om hiervoor te zorgen ejaculeert de penis dus binnen in de vagina. Na de ejaculatie zwemmen de spermatozoa met behulp van hun flagella omhoog de vagina in, door de opening van de cervix, de uterus in en van daaruit naar de oviducten. Als er net ovulatie heeft plaatsgevonden bevindt zich daar een eicel, waardoor bevruchting mogelijk is. Sperma is behoorlijk fragiel. Daarnaast kunnen noch het sperma, noch de eicel lang overleven. Een onbevruchte eicel overleeft hoogstens 12 uur, een spermacel misschien twee dagen. In het oviduct wordt de eicel omgeven door residuen van de follikelcellen, de zogenaamde corona radiata. Deze cellen vormen een barrière voor het sperma. Een tweede barrière is de zona pellucida. De bevruchting van een eicel door een zaadcel vindt plaatst in één van de oviducten. Zodra de kop van de zaadcel is binnengedrongen vormt de eicel een bevruchtingsmembraan, waar geen andere zaadcellen meer doorheen kunnen dringen. De kernen van de eicel en de zaadcel versmelten binnen dit membraan.
Geschreven door: Dhr. Arash Khamooshian , BSc (Universiteit Utrecht, SUMMA,Biomedische Wetenschappen)
Referentielijst:
• www.fertilitext.org
• www.sirinet.net
• www.vruchtbaarheid.org
• www.biology-online.org
• www.biologie.uni-hamburg.de