Erectie & ejaculatie
De erectie van de penis is een complexe neurovasculaire gebeurtenis. Dit is noodzakelijk voor de voorplanting van vele diersoorten en de mens. De penis is ongeveer 23 uur per dag in een slappe toestand. Enkel tijdens snelle bewegingen van het oog in de slaap en tijdens seksuele of reflex stimulaties zal de penis stijf worden. Deze stijfheid is strikt noodzakelijk voor de voortplanting. De penis bestaat uit de gepaarde Corpora Cavernosa en de Corpus Spongiosum. Deze zijn omsloten met de tunica albuginea. Echter is de Tunica niet geheel dicht, hierdoor is communicatie tussen de Corpora mogelijk via een medisch septum. De Corpus Spongiosum omringt de urinebuis en de urethra en eindigt in de penispunt. De bloedtoevoer voor de zwellichamen, bijvoorbeeld de Corpora Cavernosa, komt uit vertakkingen van de rechter en linker Cavernous arterie, die overgaan in de Helicine arteries. De Helicine arteriolen eindigen in de Corporal Parenchyma (de gladde spier), die uit specifieke vasculaire holtes bestaat.
Stimulatie van de penis komt voornamelijk door het sympathische zenuwstelsel (T11 t/m L2) en het parasympathische zenuwstelsel (S2 t/m S4). De hoeveelheid zenuwuitlopers in de gladde spiercellen (Corporal Parenchyma) is niet bekend. Wel weet men dat er veel minder zenuwuitlopers zijn dan gladde spiercellen. De relatief lage gevoeligheid heeft dan ook belangrijke implicaties op de fysiologie van de erectie en de etiologie van de erectiestoornis.
Zoals verteld heeft niet iedere gladde spiercel een zenuwuitloper, maar toch krijgen alle cellen de signalen door. Dit komt door de gap-junctions die tussen de gladde spieren zitten. Deze gap-junctions bestaan uit eiwitten die een poort vormen tussen cel A en cel B en zo de intercellulaire ruimte overbruggen.
Het begrip ejaculatie is omschreven als sperma dat het lichaam verlaat via de urinewegen. Dit komt voor bij een seksuele climax, echter moet er wel gezegd worden dat een ejaculatie geen synoniem is voor een seksuele climax of een orgasme. Het woord orgasme betekent de gehele response op een seksuele climax: de ejaculatie en een subjectief plezierige ervaring. De ejaculatie bestaat uit twee aparte gebeurtenissen, de emissie en de zaadlozing. Deze beide gebeurtenissen zijn reflexgebeurtenissen. De emissie bestaat uit de secretie van vloeistoffen uit de accessoire geslachtsklieren, het toevoegen van de zaadcellen en het afsluiten van de urineblaas. De zaadlozing ontstaat uit het ritmische samentrekken van de gladde spieren rond de urinebuis en het samentrekken van de m. bulbospongiosus, die er uiteindelijk voor zorgt dat het sperma het lichaam verlaat.
Men zegt wel eens dat de emissie voor het merendeel een sympathisch fenomeen is, maar bij de meeste pelvische organen werken de sympathische en de parasympathische systemen samen. De parasympathische systemen hebben een sterke rol bij het stimuleren van de secretie van vloeistoffen uit epitheelcellen van de accessoire geslachtsklieren. De sympathische systemen hebben juist weer een rol bij het samentrekken van de gladde spieren rond de klieren om zo de vloeistoffen er uit te halen. Als deze twee manieren samen werken zorgen ze voor een effectieve emissie.
De laatste fase van een ejaculatie bestaat uit meerdere ritmische samentrekkingen van de perineaal spieren en de gladde spieren rondom de urinebuis (urethra). De samentrekkingen zijn extreem regelmatig, de intervallen tussen de samentrekkingen beginnen meestal bij de 0,6 seconden en nemen met 100msec toe per samentrekking. De ejaculatorische respons is bij de mens tussen de 10 en de 15 samentrekkingen en neigt per individu constant te blijven.

Geschreven door: Dhr. Arash Khamooshian , BSc (Universiteit Utrecht, SUMMA,Biomedische Wetenschappen)
Referentielijst:
• Encyclopedia of Reproduction Volume 1-4, verschillende auteurs, Erection, Ejaculation.
Afbeelding
• Purves, Neuroscience