Bioresonantie

Bioresonantie is een alternatieve geneeswijze, die door  de op natuurwetenschappelijke basis gestoelde medische wetenschappen niet erkend wordt, zo blijkt bijvoorbeeld uit rapporten van de stichting voor Innovatief Onderzoek Complementaire Behandelwijzen (IOCOB) (26). De patiënt wordt in deze therapie behandeld met elektromagnetische trillingen. Deze behandelmethode is gebaseerd op het idee dat elk organisme, elk orgaan en elke cel zijn eigen trillingsspectrum heeft. Volgens deze theorie worden de elektromagnetische trillingen van organen en weefsels in het lichaam doorgegeven via energiebanen die enkele millimeters onder de huid liggen en op enige plekken op de huid meetbaar zijn. Via deze banen zouden organen met elkaar communiceren, vergelijkbaar met de communicatie van de hersenen met de perifere weefsels door de zenuwbanen. Volgens de aanhangers van deze theorie oefenen de zwakke elektromagnetische trillingen een katalysatoreffect uit op andere organen en kunnen daardoor grote gevolgen hebben (1-4).
Binnen deze therapie wordt ziekte gezien als het gevolg van een pathologisch trillingspectrum. In lijn met deze theorie kan door het opnemen van het totale spectrum van een patiënt en de spectra van de afzonderlijke organen,een ziekte gediagnosticeerd worden. Het doel van de bioresonantietherapie (BRT) is het wegnemen van deze schadelijke trillingen en substitutie door de juiste trillingen; deze behandeling is volledig pijnloos (1,3,4).

Voor het vervolg van dit onderzoek naar bioresonantie, is het noodzakelijk een duidelijk beeld te hebben van BRT. Waar komt deze therapievorm vandaan? Wat houdt de therapie in en welke aandoeningen zijn volgens de therapeuten behandelbaar? En in welke mate komt bioresonantie in Nederland voor? Deze vragen zullen in de inleiding beantwoord worden; voorv het beantwoorden van deze vragen is onder andere gebruik gemaakt van het boek van F. Morell (1) MORA-Therapie – Patienteigene und Farblicht-Schwingungen uit 1995 en de site over bioresonantie van dr. M. Galle (2).

1.1     Geschiedenis van bioresonantie

Bioresonantie in zijn huidige vorm is nog niet oud; het is in de jaren ’70 van de 20e eeuw ontwikkeld door Morell en Rasche (1). Het gedachtegoed hierachter is echter al veel ouder en vindt zijn oorsprong bij de oude Chinese geneeswijzen en daarbinnen met de name de acupunctuur, tevens een alternatieve geneeswijze (3). De kern van de acupunctuur is dat organen in staat zijn met elkaar te communiceren door middel van energiebanen (de meridianen). Op deze meridianen zijn punten aanwezig waar deze banen contact maken met buitenwereld, dit zijn de acupunctuurpunten. (4) Door deze punten met goud- of zilvernaalden aan te prikken kunnen bijbehorende organen beïnvloed worden en in evenwicht met elkaar gebracht worden. (1)
Deze denkwijze stond in schril contrast met de Westerse geneeskunst rond 1800: de nadruk lag in de Westerse traditie op zichtbare en het meetbare (1). Aandacht voor informatieoverdracht door de onzichtbare energiebanen was hier niet. Toen Christian Friedrich Samuel Hahnemann aan het begin van de 19e eeuw de basis van de homeopathie legde, kwam hier weinig verandering in (1). Volgens de theorie van de homeopathie zou immateriële informatie van een stof al een diepe werking kunnen hebben op de gezondheid van een mens, mits het de juiste informatie in de juiste verdunning betreft (4). Hahnemann stuitte in zijn tijd op veel kritiek nog wordt er door het IOCOB met veel argwaan naar homeopathie gekeken (26).
Eerder al (rond 1700) werd door de VOC het Oosterse gedachtegoed naar de Westerse cultuur gebracht. (5) Hiermee werd ook de Chinese acupunctuur meegenomen en geïntroduceerd. Deze therapie werd in steeds grotere mate toegepast en begin jaren ’50 is acupunctuur gecombineerd met de mogelijkheden van de elektronica, door dhr. Voll. (4) Hierbij waren geen naalden meer nodig, maar bestond de apparatuur uit een puntelektrode en een handelektrode (een cilinder van 2,5 cm doorsnede). Met deze elektroden konden de acupunctuurpunten elektronisch gemeten worden. Deze techniek werd Elektro-Akupunctur nach Voll (EAV) genoemd. (1)
Gebaseerd op het idee dat ziekte meetbaar is door middel van elektromagnetische trillingen en dat geneesmiddelen ook hun eigen spectrum vertonen, is het volgens aanhangers van deze theorie tevens mogelijk informatie van geneesmiddel via hetzelfde meetsysteem mee te nemen (1,4). De trillingen van de medicijnen zouden een normaliserend en harmoniserend effect bewerkstelligen op het trillingsspectrum van de patiënt. Door de geneesmiddelen in de energiekring op te nemen, kan getest worden welk geneesmiddel het juiste effect uitoefent; dit medicijn kan vervolgens toegediend worden.
Het testen van geneesmiddelen had voor de therapeuten echter wel een groot nadeel: in een praktijk zijn vaak vijf- tot tienduizend verschillende testampullen aanwezig, waardoor het veel tijd kostte voor het juiste geneesmiddel gevonden werd. Met de ontwikkeling van de test-zender-ontvanger werd hier echter een oplossing voor gevonden. Deze zender kan over meerdere geneesmiddelen gelegd worden, waardoor vele medicijnen in één keer getest kunnen worden. Geeft één van deze testampullen een signaal, dan kan de hele rij afzonderlijk getest worden, om zo het desbetreffende medicijn eruit te zoeken. (1) Het op deze wijze testen van geneesmiddelen wordt door bioresonantietherapeuten veelvuldig toegepast.
De arts dr.d Frank Morell en de elektro-ingenieur ir. E. Rasche  ontwikkelden deze techniek in 1977 verder en bouwden hun eigen zender-ontvanger systeem om de effecten van de informatie die vanuit de testpreparaten kwam verder te onderzoeken (2,6). Ze noemden het apparaat MORA, naar MOrell en RAsche. (1) Dit apparaat zou volgens hen in staat zijn lichaamsfrequenties te geleiden en zichtbaar te maken via het testgedeelte. Deze lichaamsfrequenties werden vervolgens door een filter geleid waarbij specifieke trillingen uitgefilterd kunnen worden en andere weer worden versterkt. Vervolgens zouden de juiste trillingen aan de patiënt terug gegeven kunnen worden. Met de ontwikkeling van het MORA-apparaat was de therapie bioresonantie ontstaan. Later werden meer bioresonantieapparaten ontwikkeld, als de BICOM (7) of het IMEDIS-apparaat (2).

1.2     Bioresonantietherapie

Doel van BRT is het lichaam aanzetten tot zelfgenezing. Dit is in tegenstelling tot de reguliere geneeswijze, waarbij genezing bewerkstelligd wordt door het toedienen van lichaamsvreemde stoffen. Volgens bioresonantietherapeuten wordt door deze stoffen het desbetreffende orgaan of weefsel gedwongen tot het veranderen van zijn processen. Het hart wordt bijvoorbeeld gedwongen regelmatig te kloppen, of de maag om minder zuur te produceren. In BRT wil men afstand nemen van deze ‘dwang’ en het lichaam  stimuleren zelf de juiste processen weer in gang te zetten. (1)

465 Bioresonantie

De therapie begint met het diagnosticeren van de aandoening. Hiervoor houdt de patiënt in de ene hand een cilindervormige elektrode (de handelektrode). Op andere hand wordt een aantal meridianen gemeten, die elk de energie van een bepaald orgaan representeert (zie figuur 1 voor een afbeelding van het MORA-apparaat). De energie van een baan wordt weergegeven op een schaal van 0-100. Hierbij geldt dat 50 een perfecte score is. Een score <50 indiceert hypoactiviteit van het betreffende orgaan, >50 juist een hyperactiviteit; beide scores zouden pathologisch zijn. Daarbij wordt ook gekeken of er sprake is van ‘Zeigerabfall’: dit is wanneer de meetwaarde zich op een bepaalde hoogte instelt, maar langzaam daalt, tot deze op een lager niveau blijft steken. Zeigerabfall zou volgens de aanhangers van bioresonantie een indicatie zijn voor een ernstige en fysieke aandoening aan het betreffende orgaan.
Vervolgens kan het spectrum opgenomen worden van de gehele mens. Het apparaat zou in staat zijn om pathologische (disharmonische) trillingen te onderscheiden van de correcte (harmonische) trillingen. Met behulp van deze informatie kan vervolgens de behandeling gestart worden. Hiervoor krijgt de patiënt in beide handen een handelektrode en staat met zijn voeten op metalen platen. De juiste informatie wordt door deze elektroden geleid om zo in de patiënt tot het gewenste effect te leiden.
Hierna is het tevens mogelijk om met behulp van een handelektrode en een puntelektrode medicijnen te testen. Hiervoor worden de punten gemeten die een te hoge of een te lage score hadden, waarbij ondertussen verschillende geneesmiddelen in de meetkring opgenomen worden. Als een bepaald geneesmiddel ervoor zorgt dat de score van de meridiaan op 50 uitkomt, zou dit medicijn volgens bioresonantietherapeuten geschikt zijn om mee te behandelen. (1)

De behandeling is in de kern gericht op het uitdoven van de pathologische trillingen en eventueel het versterken van de gezonde trillingen. Dit uitdoven gebeurt door het toedienen van de complementaire trilling, die volledig identiek is aan het pathologische trillingspectrum, alleen is deze rond de x-as gespiegeld. Hierdoor blijft er van de trillingen netto niets over. Dit is schematisch weergegeven in figuur 2. De harmonische trillingen zouden hierdoor echter ook uitgedoofd worden, maar de organen zijn volgens aanhangers van bioresonantie krachtig genoeg zijn om de gezonde trillingen weer ‘op te pakken’ wanneer de behandeling staakt wordt.

466 Bioresonantie
In het eerste MORA-apparaat konden alleen de disharmonische trillingen uitgedoofd worden. Het tweede apparaat (MORA II) is volgens Morell (1) in staat harmonische van disharmonische trillingen te onderscheiden, met als doel om eerstgenoemde te versterken en de laatste uit te doven. Hiermee wordt de gehele mens behandeld en dit wordt ook wel de MORA-basistherapie genoemd.
MORA-basistherapie is heel aspecifiek, met als voordeel dat het relatief weinig tijd kost. Daarbij kan het lichaam soms zo uit balans kan zijn dat er wel systemisch behandeld moet worden. De mogelijkheid bestaat ook om specifieke punten te behandelen . Hierbij worden alle punten op de hand met een score van >60 of <40 met een puntelektrode behandeld. (1)
Bovenstaande beschrijft de endogene behandeling, waarbij volgens de theorie de patiënt zelf de trillingen aanlevert voor de behandeling. Het is ook mogelijk om met exogene componenten te behandelen. Hierbij nemen de therapeuten aan dat trillingen van geneesmiddelendoor het MORA-apparaat overgedragen kunnen worden en genezend werken. Deze trillingen kunnen afkomstig zijn van homeopathische middelen, maar ook van reguliere geneesmiddelen als corticosteroïden, vitamines of allergenen. Het is tevens mogelijk om te behandelen met nosoden. Dit zijn preparaten bereid uit speeksel, urine of gedode bacteriën, waar de patiënt in principe ziek van wordt. Door verdunnen en potentiëren zou het echter een genezend middel worden; dit idee komt weer voort uit de homeopathie: het gelijke met het gelijkende genezen. (1,2)
Volgens bioresonantietherapeuten moet minimaal eenmaal per week behandeld worden om de behandeling effectief te laten zijn. In de praktijk is dit vaak niet mogelijk, vandaar dat hier een oplossing voor bedacht is. De trillingen van de juiste medicijnen kunnen via het MORA-apparaat overgebracht worden op een mengsel van water en alcohol. De gedachte hierachter is dat de patiënt hiervan driemaal daags tien druppels kan nemen, om de juiste trillingen constant toe te blijven dienen. (1,10)
Aan de bioresonantietherapie en de druppels wordt vaak een orthomoleculaire behandeling toegevoegd, waarin gebruikgemaakt wordt voedingsstoffen als vitamines, mineralen, aminozuren en essentiële vetzuren. Deze lichaamseigen stoffen zouden het lichaam ondersteunen en verder genezingsproces stimuleren. (2)
Al deze afzonderlijke behandelingen, de behandeling met het apparaat, de druppels en de orthomoleculaire geneesmiddelen hebben allemaal als doel het lichaam te stimuleren tot zelfgenezing.

1.3     Behandelbare aandoeningen

De overkoepelende organisatie Bioresonantie Therapie Nederland (BTN) geeft een overzicht van alle aandoeningen die met behulp van bioresonantie behandeld kunnen worden. Het betreft de volgende klachten (11):
467 Bioresonantie
Galle noemt op zijn website echter een afwijkend scala aan aandoeningen (2). Enkele hiervan komen overeen met die genoemd door de BTN, maar veel ook echter niet.
468 Bioresonantie

Bioresonantie.nl (7) noemt er echter nog veel meer, deze lijst is echter zo uitgebreid het er sterk op lijkt dat behandeling met BRT grenzeloos is en dat iedereen met elke klacht terecht kan bij een MORA-therapeut. Dit is ook wat Morell in zijn boek claimt (1). Hij plaatst hier echter wel de kanttekening bij dat BRT niet volledig zonder grenzen is. Zo kunnen volgens hem anatomische oorzaken niet weggenomen worden; een botbreuk bijvoorbeeld kan niet geheeld worden met behulp van bioresonantie, maar de pijn kan wel verminderd en botaanmaak gestimuleerd worden. Ook intoxicaties zouden niet met MORA behandeld kunnen worden. Hiervoor moet een tegengif toegediend worden. Sommige intoxicaties die een intrinsieke oorzaak hebben (zoals diabetische coma) kunnen volgens de therapeuten wel met bioresonantie geholpen worden.
Aandoeningen met een psychische oorzaak, zijn tevens vaak onbehandelbaar met BRT. Ook is het volgens Morell mogelijk dat de patiënt de genezing psychisch blokkeert, wanneer hij bijvoorbeeld niet gezond wil worden, omdat het ziek-zijn hem aandacht oplevert. Ook bij andere psychische aandoeningen als een psychose of schizofrenie kan MORA niet helpen. De reden hiervoor is volgens de bioresonantietheorie dat de psyche geen trillingsspectrum bezit en dus ook niet behandeld kan worden. Daarnaast kunnen situaties waarin de patiënt deficiënties heeft van ijzer, vitamines of insuline niet met MORA-therapie behandeld worden. Bioresonantietherapeuten zijn van mening dat deficiënties met supplementen aangevuld  moeten worden. Eventueel zou bij insulinetekort de mogelijkheid bestaan om de insulineproducerende cellen te stimuleren, om zo het tekort te verhelpen. (1)

1.4     Bioresonantie in Nederland

Bioresonantie is in Nederland niet erg bekend. InIn 1994 gaf 20% van alle Nederlanders aan wel eens enige vorm van alternatieve geneeswijzen te hebben gevolgd, waarvan 10% bioresonantie (12), recentere data zijn niet beschikbaar. Daarnaast blijkt dat patiënten vrijwel alleen via familie en vrienden of via een andere alternatieve therapeuttherapeut in aanraking komen met BRT (13).
Toch zijn er in Nederland en Vlaanderen 250 therapeuten die met BICOM apparatuur werken. In Nederland zijn 82 therapeuten met een A-registratie en 51 met een B-registratie. (14) De site van BICOM vermeldt het volgende over deze verschillende therapeuten:
“Zowel B als A geregistreerde BICOM therapeuten/artsen beschikken over een diploma medische basisvakken op HBO (+) niveau. De meeste therapeuten hebben een achtergrond als arts/therapeut in de natuurgeneeskunde, homeopathie, acupunctuur, fysiotherapie en/of orthomoleculaire therapie.
B artsen/therapeuten zijn behandelaars die bij TwillMed die een gedegen kennis hebben opgedaan betreffende de BICOM bioresonantietherapie. Zij beschikken o.a. over een BICOM testtechniek en zijn bekend met de behandeling van allergieën en diverse andere aandoeningen
A artsen/therapeuten zijn de BICOM specialisten. Behalve de basis seminars hebben zij tenminste vijf extra gevorderde seminars gevolgd. Dit houdt in dat zij o.a. bekend zijn met de KTT-systematiek en de aandoeningen die vanuit het gebit ontstaan.” (14)

Naast de BICOM-artsen moeten nog de therapeuten gerekend worden die MORA-apparatuur gebruiken. Een groot aantal van deze artsen heeft zich verenigd in de MBTN, de MORA Bioresonantie therapie Nederland. (15) Deze vereniging is al in 1986 opgericht en telt zo’n 25 leden. (3) Net als de BICOM therapeuten moetenmoeten de aangesloten therapeuten minimaal een HBO-opleiding hebben afgerond als (bijvoorbeeld verpleegkundige, verloskundige, psychotherapeut, fysiotherapeut, natuurgeneeskundige, arts of tandarts). Tevens moeten ze een aanvullende HBO- opleiding hebben gevolgd in diverse specialisaties als homeopathie, acupunctuur, EAV, orthomoleculaire geneeskunde of PNI (Psycho-Neuro-Immunologie). (15)
Als derde vereniging is er nog de Artsenvereniging voor Biofysische geneeskunde en Bio- informatietherapie (ABB). Hierbij zijn 16 therapeuten aangesloten, die tevens BIG-geregistreerd zijn. Deze therapeuten zijn gespecialiseerd in de energetische en informatieve geneeskunde, maar beschikken ook over basiskennis van de reguliere geneeskundige principes. (16)

Opvallend is dat de situatie in Duitsland erg verschilt van de Nederlandse situatie. In Duitsland is het meer gebruikelijk en geaccepteerd om bioresonantie en andere alternatieve therapieën te volgen. 46-64% van alle Duitsers gaf in 1994 aan wel eens gebruik van te maken van enige vorm van alternatieve geneeswijzen (12,17), in Nederland was dit slechts 20% (12). Een oorzaak voor deze afwijking is mogelijk een verschil in wetgeving. In de meeste westerse landen is het verboden om als niet-professionele arts te werken. Dit is ook het geval in Nederland, maar wordt hier een gedoogbeleid gehandhaafd… In Duitsland kent men een afwijkend systeem van ‘Heilpraktiker’. Deze ‘Heilpraktiker’ zijn artsen die niet lid hoeven te zijn van een vereniging van erkende geneeswijzen, mits hij bezit overbasale medische kennis. Tevens is in het Duitse medische curriculum onderwijs over alternatieve geneeswijzen opgenomen. (12) De twee dingen zijn wellicht de oorzaak van het feit dat in Duitsland alternatieve geneeswijzen veel meer zijn geaccepteerd in de samenleving.

1.5     Effectiviteit van bioresonantie?

Bioresonantie heeft nog weinig bekendheid in Nederland. Ook heerst er nog veel onduidelijkheid over de effectiviteit van deze therapie. Het doel van dit verslag is enerzijds onderzoeken in hoeverre de effectiviteit van bioresonantie bewezen is in klinische studies, anderzijds wat de ervaringen van patiënten met bioresonantie zijn. Het onderzoek naar de klinische studies zal in hoofdstuk 2 beschreven worden. In dit hoofdstuk zal met name gekeken worden of er bewijs aanwezig is in de literatuur voor de werkzaamheid van BRT en wat de kwaliteit van de uitgevoerde klinische studies is. In hoofdstuk 3 worden de opzet en de resultaten van het onderzoek naar de ervaring van patiënten met bioresonantie beschreven. In hoofdstuk 4 is een korte nabeschouwing gegeven.

Geschreven door: Mevr. M. Hempenius BSc. (07-2010) (Universiteit Utrecht, Farmaceutische Wetenschappen)

Referentielijst:

(1)    Morell F. MORA-Therapie Patienteigene und Farblicht-Schwingungen. 4th ed. Heidelberg: Haug Verlag; 1995.

(2)    Galle M. Bioresonanzmethode. 2009; Available at: http://www.institut-biophysikalische-medizin.de/. Accessed 06-04, 2010.

(3)    Nieuwetijdse Geneeswijzen. Achtergronden therapieen. Available at: http://www.nieuwetijdsegeneeswijzen.nl/achtergronden.htm. Accessed 06-04, 2010

(4)    Schumacher P. Biophysikalische Therapie der Allergien – Erweitere Bioresonanztherapie. 4th ed. Inssbruck: Sonntag Verlag; 1998.

(5)    Acupunctuur. Available at: http://nl.wikipedia.org/wiki/Acupunctuur. Accessed 06-04, 2010.

(6)    van der Lee P. Available at: http://www.bioresonantie.nu/. Accessed 06-04, 2010.

(7)    TwillMed. BICOM. Available at: http://bioresonantie.nl/. Accessed 06-04, 2010.

(8)    Gobert. Mora Bio-Resonantie therapy Therapeutische Mogelijkheden. Available at: http://www.gobert.nl/therapeutischeMogelijkhedenMORA.html. Accessed 06/22, 2010.

(9)    Bioresonantie Gelderland. Bioresonantietherapie. Available at: http://www.bioresonantiegelderland.nl/bioresonantie.php. Accessed 06/22, 2010.

(10)    Schuller J, Galle M. Study on the clinical effectiveness of electronically stored nosodes from tooth diseases and articular rheumatism on persons with rheumatic diseases. Forsch.Komplementmed 2007 Oct;14(5):289-296.

(11)    Bioresonantie Therapie Nederland. Therapeuten. Available at: http://www.mbtn.nl/. Accessed 06-04, 2010.

(12)    Fisher P, Ward A. Complementary medicine in Europe BMJ 2000;321:1133-1135

(13)    Barnes PM, Bloom B, Nahin RL. Complementary and alternative medicine use among adults and children: United States, 2007. Natl.Health.Stat.Report 2008 Dec 10;(12)(12):1-23.

(14)    TwillMed. BICOM-Therapeuten. Available at: http://bioresonantie.nl/. Accessed 06-04, 2010.

(15)    MORA Bioresonantie Nederland. MORA-therapeuten. Available at: http://www.mora bioresonantie.nl/530493970d0f7292b/index.html. Accessed 06-04, 2010.

(16)    ABB. Samen genezen. 2009; Available at: http://www.samen-genezen.nl/. Accessed 06-04, 2010.

(17)    Ernst E, White A. The BBC survey of complementary medicine use in the UK. Complement.Ther.Med. 2000 Mar;8(1):32-36.

(18)    Islamov BI, Funtikov VA, Bobrovskii RV, Gotovskii I. Bioresonance therapy in rheumatoid arthritis and heat shock proteins. Biull.Eksp.Biol.Med. 1999 Nov;128(11):525-528.

(19)    Islamov BI, Balabanova RM, Funtikov VA, Gotovskii YV, Meizerov EE. Effect of bioresonance therapy on antioxidant system in lymphocytes in patients

with rheumatoid arthritis. Bull.Exp.Biol.Med. 2002 Sep;134(3):248-250.

(20)    Maiko OI, Gogoleva EF. Outpatient bioresonance treatment of gonarthrosis. Ter.Arkh. 2000;72(12):50-53.

(21)    Gogoleva EF. New approaches to diagnosis and treatment of fibromyalgia in spinal osteochondrosis. Ter.Arkh. 2001;73(4):40-45.

(22)    Kalpakcioglu B, Senel K. The interrelation of glutathione reductase, catalase, glutathione peroxidase, superoxide dismutase, and glucose-6-phosphate in the pathogenesis of rheumatoid arthritis. Clin.Rheumatol. 2008 Feb;27(2):141-145.

(23)    Taysi S, Polat F, Gul M, Sari RA, Bakan E. Lipid peroxidation, some extracellular antioxidants, and antioxidant enzymes in serum of patients with rheumatoid arthritis. Rheumatol.Int. 2002 Mar;21(5):200-204.

(24)    ISI. Journal Citation Reports. 2010; Available at: http://admin-apps.isiknowledge.com.proxy. library.uu.nl/. Accessed 24-05, 2010.

(25)    Nienhaus J, Galle M. Placebo-controlled study of the effects of a standardized MORA bioresonance therapy on functional gastrointestinal complaints. Forsch.Komplementmed 2006 Feb;13(1):28-34.

(26)    IOCOB. Bicom Bioresonantie Medische Claims; Available at: http://www.iocob.nl/bioresonantie/bicom-bioresonantie-medische-claims.html. Accessed 06-30, 2010

Related posts

Pnyxe Comment Box