Zelfbruiners
Voor mensen die snel en op een minder tijdrovende manier aan een zongebruinde huid willen komen, bestaat de mogelijkheid om zelfbruiners te gebruiken. Hoewel er verschillende vormen en merken op de markt zijn, is het actieve bestandsdeel van al deze zelfbruiners hetzelfde,namelijk dihydroxyacetone (DHA). Dit zorgt ervoor dat de huid donkerder wordt voor ongeveer 5 tot 7 dagen. De huid wordt wel donkerder, maar de kleur is niet gelijk aan de kleur die verkregen wordt na het zonnebaden. Het gebruik van zelfbruiners leidt meer tot een geel/oranjeachtig kleur.
[54, 56]
4.1 Het werkingsmechanisme
De chemische structuur van DHA (C¬3H6O¬3 ), een 3 koolstof-suiker, is in figuur 6 weergegeven. DHA vormt een dimeer in een waterige oplossing. Als monomeer is DHA minder stabiel, maar deze vorm is wel belangrijk bij de verkleuring van de huid.

De werking van DHA komt door de Maillard reacties. Er vindt reactie plaats tussen de vrije aminogroepen van de aminozuren,peptiden en eiwitten met de glycocydische hydroxylgroep van suikers zoals DHA .Er worden dan melanoidinen gevormd.
Dit gebeurt in de bovenste laag van de hoornlaag. Deze reactie kan beïnvloed worden door de karakteristieken van de huid zoals type,dikte en droogheid. Maar ook de samenstelling en het medium van de zelfbruiner hebben een grote invloed op de kleur die de huid krijgt.[54, 56]
In figuur 7 op de volgende pagina is een deel van de reactie te zien.
4.2 Bestanddelen van een zelfbruiner
De concentratie van DHA die voorkomt in cosmetische producten varieert meestal van 1 % tot 10%, waarbij de gebruikelijke dosering tussen de 3%-5% is. Er bestaan verschillende vormen van zelfbruiners, namelijk de lotion,crème, spray,mousse en een doekje. Er bestaan ook professionele vormen zoals een airbrush. Al deze verschillende vormen bevatten om de juiste farmaceutische vorm te krijgen, verschillende bestanddelen. Zo is een lotion dunner dan een crème. Dit heeft als voordeel dat het een betere smeerbaarheid heeft. Een crème kan echter wel voor een intensere kleur zorgen omdat het wat dikker is. Voor de gebruiker is er een ruime keus om te bepalen welke vorm er wordt gekozen als zelfbruiner[57]
Om ervoor te zorgen dat er een optimaal milieu (pH 4-5) voor het werkzame bestanddeel DHA is, worden er stoffen toegevoegd. Perfluoropolyetherfosfaat is een verbinding die zo wordt toegevoegd om een zuurder milieu te krijgen voor een stabielere omgeving van DHA.
De toevoeging van anti-oxidanten kan zorgen voor een natuurlijke kleuring van de huid.
Sommige zelfbruiners hebben kleurstoffen die ook aanwezig zijn in make up, om ervoor te zorgen dat er een versnelde kleurverandering van de huid optreedt.
DHA zorgt voor een verkleuring van de huid waar weinig rood in zit. Erythrulose kan dan worden toegevoegd om een rodere kleur te krijgen. Erythrulose is een stof die een zelfde soort werkingsmechanisme heeft als DHA.
Toevoegingen zoals ijzeroxide en titaniumoxide kunnen zorgen voor een snelle verkleuring en de gebruiker kan zo makkelijker zien of er een gelijkmatige verdeling van de zelfbruiner was. Sommige metaaloxiden kunnen echter ook de degradatie van DHA versnellen.
Ijzeroxide kan in 3 kleuren aanwezig zijn. FeO *n H¬20 heeft een gele kleur, Fe¬2O3 heeft een rode kleur en een combinatie van de 2 heeft een zwarte kleur. Titaniumoxide is een wit pigment en wordt het meest gebruik in de cosmetica. Deze pigmenten zouden beide ook het licht kunnen verstrooien en reflecteren en zijn hierdoor ook vaak verwerkt in zonnecrèmes.[54, 57-60]
Er kunnen in zelfbruiners ook componenten aanwezig zijn die het bruin worden van de huid versnellen. Soms zijn deze ook verwerkt in zonnecrèmes .
Tyrosine of tyrosinederivaten zijn voorbeelden van deze bestanddelen. Deze hebben invloed op de melanogenese. In tegenstelling tot DHA, is er voor deze componenten wel zonnestralen nodig. Het is geen zelfbruiner. Er wordt beweerd dat tyrosine door de huid kan penetreren in de melanocyten en zo een substraat vormt voor het enzym tyrosinase, dat een belangrijke rol vervult bij de melanogenese.Hierdoor zou de melanine synthese moeten stijgen. Tyrosine is ook voor orale toediening verkrijgbaar in kruidenierszaken.Dit is echter niet wetenschappelijk bewezen. In deze scriptie zal hier echter niet op worden ingegaan. [58]
4.3 Positieve en negatieve aspecten van zelfbruiners
Een voordeel van zelfbruiners is dat er geen schadelijke vrije radicalen worden gevormd. Deze kunnen namelijk celschade veroorzaken en tenslotte ook huidkanker induceren. Een zelfbruiner werkt ook heel snel, binnen 1 uur is het effect al waar te nemen. Er zijn echter ook nadelen. Zelfbruiners zorgen niet voor een egale kleur. Om de kleur te behouden moet ook vaak ingesmeerd worden, want de kleur blijft niet langdurig. Een zelfbruiner zorgt niet voor fotoprotectie. Er wordt geen melanine gevormd en er vindt geen huidverdikking plaats. Alleen de hoornlaag verkleurt
Voordelen:
Snel effect
Als een zelfbruiner op de huid wordt gesmeerd, is het effect dat optreedt binnen 1 uur waar te nemen. De maximale verdonkering van de huid vindt plaats binnen 8 tot 24 uur. Bij een eenmalige applicatie van een zelfbruiner gaat de kleur 5 tot 7 dagen mee. Zo’n kleur kan behouden worden door vaker te smeren.. Deze kleur gaat niet af als de handen worden gewassen of bij het zweten. De kleur gaat pas ervan af als de hoornlaag wordt vernieuwd. Het gezicht moet vaak gesmeerd te worden om de kleur te behouden
De kleur die verkregen wordt, hangt af van de dikte en compactheid van de hoornlaag. Zo worden de voetzolen en handpalmen het diepst gekleurd, waardoor het dus belangrijk is om de handen goed te wassen na het smeren van de zelfbruiner.[54, 57, 59]
Toxiciteitprofiel
DHA heeft geen toxische gevolgen. Dit is afgeleid uit het toxiciteitprofiel en de chemische structuur van DHA. Het reageert heel snel met de hoornlaag, hierdoor is een systematische opname ook gering. De acute toxiciteit blijkt ook laag te zijn uit de onderzoeken in de jaren 20 waarbij DHA oraal werd ingenomen. De fosfaatvorm van DHA is ook aanwezig als intermediatair in de Krebs cyclus.
Een zeldzame bijwerking die is opgetreden is contact dermatitis. Overgevoeligheid voor andere bestanddelen in het product kan ook voorkomen. Of contact dermatitis het gevolg is van een overgevoeligheid voor DHA of een ander bestanddeel in het product, is niet bekend.[54]
Mogelijk voordeel bij therapie
DHA zorgt niet voor verdikking van de huid. Hierdoor is er geen fotoprotectie. Er zijn onderzoeken gedaan naar de mogelijkheid of DHA fotoprotectief is bij patiënten met porfyrie. Hoewel sommige onderzoeken beweren dat DHA wel een beschermend effect heeft bij porfyrie, blijkt dit uit praktijk niet te zijn. [61] Uit onderzoeken in het UMC ziekenhuis is gebleken dat bij patiënten met EEP, DHA geen fotoprotectie veroorzaakte.
Nadelen
Niet de gewenste kleur
Het gebruik van zelfbruiners blijkt de beste resultaten te geven bij mensen met een huid type 2 of 3. Een lichtere of een donkere huidskleur blijken minder goede resultaten te geven.
Er zijn ook ruwere hyperkeratotische delen van de huid waarbij er een verdikking van de hoornlaag is zoals de knieën, enkels en de ellebogen. Deze delen van de huid worden op een niet effen manier gekleurd en de verkregen kleur blijft ook langer in de huid. Dit is ook het geval bij een oudere huid met keratose en bij de huid met vlekken. De kleur die de huid zal krijgen, zal niet egaal zijn.
De pH van de huid kan mogelijk invloed hebben op de te verkrijgen huidskleur na het gebruik van een zelfbruiner. Alkaline residuen die bijvoorbeeld aanwezig zijn in zepen of reinigingsmiddelen, kunnen mogelijk de reactie van de aminogroepen uit de huid en DHA van het zelfbruiner, verstoren. Hierdoor ontstaat er meer een gele kleur voor de huid. Een mogelijke oplossing om dit vermijden is de huid vooraf met hydra-alcoholische oplossing te reinigen.
Als de huid behandeld wordt met aminozuren, wordt de binding van de DHA aan de huid ook verbeterd. Dit zou ook een verbeterd effect hebben op de kleur. Uit onderzoeken is gebleken dat dit het geval was als de huid voorbehandeld zou worden met methionine,lysine,glycine en histidine.[58]
Uit ex vitro onderzoeken is gebleken dat de hydratatie en de vochtigheid van de huid invloed hebben op de te verkrijgen kleur
Uit onderzoeken bij epidermis van muizen is aangetoond dat maximale pigmentatie als gevolg van DHA optreedt bij een relatieve vochtigheid van 84%. Minimale pigmentatie trad op bij een relatieve vochtigheid van 0 of 100%.[2, 3, 54, 58]
Geen goede zonnebescherming
DHA heeft weinig effect op de SPF. Een donkere huidskleur die verkregen wordt door het gebruik van DHA vertoont geen goede zonnebescherming. DHA kan melanine synthese niet induceren of de hoornlaag dikker maken.
De fotoprotectie kan echter iets verbeterd worden door meerdere applicaties of door een hogere dosering DHA. Dit is omdat er UV absorberende producten worden gevormd in de hoornlaag.[62]
Ook producten waarin de zogenaamde zonfilters aanwezig zijn, beschermen niet optimaal. Deze beschermen namelijk net als zonnecrèmes alleen een paar uur na de applicatie. Melanoiden die gevormd worden door de Maillard reactie, kunnen vrije radicalen opvangen. [54]
Kleur blijft niet zo lang
De bruine huidskleur die wordt verkregen, blijft na eenmalige applicatie slechts 5-7 dagen aanwezig.
Geschreven door: Mevr. F. Inan, BSc. (Universiteit Utrecht, Farmaceutische Wetenschappen)
Referentielijst:
2. Seeley, R.R., T.D. Stephans, and P. Tate, Anatomy and Physiology. 2006, Mc Graw Hill: New York. p. 143-150.
3. Nguyen, B.C. and I.E. Kochevar, Influence of hydration on dihydroxyacetone-induced pigmentation of stratum corneum. J Invest Dermatol, 2003. 120(4): p. 655-61.
57. Burkhart, C.G. and C.N. Burkhart, Dihydroxyacetone and Methods to Improve its Performance as Artificial Tanner. The Open Dermatology Journal, 2009. 3: p. 42-43.
58. Salvador, A. and A. Chisvert, Analysis of Cosmetic Products. 1 ed. 2007: Elsevier Science.
59. Pantini, G., et al., Sunless tanning products containing dihydroxyacetone in combination with a perfluoropolyether phosphate. Int J Cosmet Sci, 2007. 29(3): p. 201-9.
60. COLIPA. Nanotechnology, Variety and diversity of nanotechnologies. [cited 2009 29 april]; Available from: http://www.colipa.eu/nanotechnology.html?sid=49&smid=115.
61. Feldman, S.R., K.C. Phelps, and K.C. Verzino, Handbook of Dermatologic Drug Therapy. 2005: Informa HealthCare.
62. Nguyen, B.C. and I.E. Kochevar, Factors influencing sunless tanning with dihydroxyacetone. Br J Dermatol, 2003. 149(2): p. 332-40.
63. Bayerl, C., Beta-carotene in dermatology: Does it help? Acta Dermatovenerol Alp Panonica Adriat, 2008. 17(4): p. 160-2, 164-6.
64. Stargrove, M.B., J. Treasure, and D.L. McKee, Herb, Nutrient, and Drug Interactions: Clinical Implications and Therapeutic Strategies. 2007: Mosby