Diabetes mellitus

Diabetes mellitus (suikerziekte) is een van de meest voorkomende chronische ziekten in Nederland. Meer dan 850.000 mensen hebben het, waarvan 250.000 het nog niet weten. Diabetes is niet te genezen, maar wel onder controle te houden. Wie diabetes heeft kan een gewoon leven leiden, maar moet wel altijd rekening houden met zijn ziekte.

Diabetes

Diabetes mellitus (suikerziekte) is een stofwisselingsziekte. Bij mensen met diabetes zit er te veel glucose in het bloed. Hoe komt dit? En wat zijn de verschijnselen?

Glucose is een belangrijke brandstof voor de mens. Zoals een auto niet zonder benzine kan rijden, zo kunnen wij niets zonder glucose. Bij de spijsvertering ontstaat glucose uit koolhydraten (suikers, zetmeel). De glucose wordt uit de darm opgenomen in het bloed. Dat vervoert de glucose naar alle lichaamscellen. Om glucose te kunnen opnemen hebben de cellen het hormoon insuline nodig. Mensen met diabetes hebben niet genoeg insuline of hun cellen reageren niet goed op insuline. De glucose kan daardoor de cellen niet binnen en blijft ongebruikt in het bloed circuleren. Het gevolg: de cellen krijgen onvoldoende energie. De patiënt wordt moe en ziek. Er zijn drie vormen van diabetes: type 1-diabetes, type 2-diabetes en zwangerschapsdiabetes

Type 1-diabetes

Bij type 1-diabetes maakt het lichaam geen insuline. De oorzaak is onbekend, maar erfelijke aanleg speelt een rol. Vaak ontstaat deze vorm van diabetes al op jonge leeftijd. Zij worden in korte tijd erg ziek. Kenmerken van onbehandelde type 1-diabetes zijn:

* veel dorst en vaak plassen
* vermoeidheid
* veel eetlust
* gewichtsverlies

Type 2-diabetes

Type 2-diabetes Type 2-diabetes wordt soms ook wel ouderdomsdiabetes genoemd. Het komt vooral voor bij ouderen en bij mensen met overgewicht. Doordat steeds meer kinderen te dik zijn komt type 2-daibetes steeds vaker op jongere leeftijd voor. Het lichaam maakt wel insuline aan, maar de lichaamscellen raken ongevoelig voor insuline. Ze nemen de glucose daardoor minder goed op. Het lichaam reageert hierop door meer insuline te maken. Insuline wordt gemaakt door de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Die raken uitgeput en gaan uiteindelijk minder insuline aanmaken. Het resultaat is dat er nog minder glucose de cellen binnenkomt. Kenmerken van onbehandelde type 2-diabetes zijn:

* veel dorst en vaak plassen
* vermoeidheid
* wazig zien
* pijnscheuten in de benen
* doof gevoel in de handen en voeten
* spierzwakte
* jeuk aan de vagina
* slecht genezende wonden en infecties van de huid

De ziekte ontstaat geleidelijk en de klachten zijn vaak niet zo hevig. Type 2-diabetes is daardoor lastig te herkennen. Ook lijken veel symptomen, zoals vermoeidheid en spierzwakte, op ouderdomsklachten, waardoor men niet meteen aan diabetes denkt.

Zwangerschapsdiabetes

Sommige vrouwen krijgen tijdens de zwangerschap diabetes. Dit komt doordat het lichaam tijdens de zwangerschap meer insuline nodig heeft. De behoefte aan insuline wordt dus heel groot. De meeste vrouwen maken dan vanzelf meer insuline aan. Bij vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben, gebeurt dat niet. Zwangerschapsdiabetes treedt op vanaf week 24 van de zwangerschap. De diabetes verdwijnt weer na de bevalling. De verschijnselen van zwangerschapsdiabetes zijn:

* vaak plassen en veel dorst
* vermoeidheid
* spierpijn

Zwangerschapsdiabetes moet goed behandeld worden met insuline. Het kan namelijk vervelende effecten hebben voor het kind:

* hoog geboortegewicht
* letsel aan de schouders bij de geboorte doordat het kind zo zwaar is
* groter risico op diabetes type 2 op latere leeftijd

De risico`s voor de moeder zijn:

* grotere kans op een keizersnede, omdat de baby zwaar is
* grotere kans om later type 2-diabetes te krijgen
* grotere kans om bij een volgende zwangerschap weer diabetes te krijgen

Risicogroepen

Waardoor iemand diabetes krijgt is onbekend. We weten alleen dat erfelijke aanleg een rol speelt. Voor type 2-diabetes is duidelijk dat bepaalde mensen meer risico lopen op ziekte:

* mensen met overgewicht, bij wie het vet met name rond de buikstreek zit
* mensen met ouders, broers of zussen die diabetes hebben
* vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad

Als u ouder dan 45 bent en tot één van deze risicogroepen hoort, is het verstandig één keer per jaar uw bloedglucose te laten meten.

Hyperglykemie

Als u te veel glucose in uw bloed hebt, heet dat een hyperglykemie (‘een hyper`). Een hyper is lastig te herkennen. Daarom is het belangrijk dat u regelmatig uw bloedglucosewaarde meet. De hoeveelheid insuline kunt u dan aanpassen. De volgende klachten treden pas op bij erg hoge bloedglucosewaarden:

* veel dorst en vaak plassen
* vermoeidheid
* droge tong
* sufheid

Oorzaken van een hyper kunnen zijn:

* te weinig insuline of tabletten die de bloedglucosewaarde verlagen
* onverwacht vroeg of uitgebreid eten
* minder beweging dan normaal
* stress
* koorts
* gebruik van bepaalde medicijnen, zoals sommige plasmiddelen

Hypoglykemie

Als uw bloedglucosewaarde te laag is, dan hebt u een hypoglykemie (‘een hypo`). Een hypo kunt u tegengaan door iets te eten of te drinken waar suiker in zit. Een hypo is te herkennen aan de volgende klachten:

* duizeligheid
* beven
* hoofdpijn
* zweten
* slecht zien
* sterk wisselend humeur
* honger
* gapen
* hartkloppingen
* verwardheid
* rusteloosheid
* tintelingen in handen, voeten, lippen
* bleekheid
* vermoeidheid

Oorzaken van een hypo kunnen zijn:

* te veel insuline of tabletten die de bloedglucosewaarde verlagen
* te laat of te weinig eten
* meer lichamelijke inspanning dan normaal
* alcohol drinken
* gebruik van bepaalde medicijnen. Bètablokkers (middelen tegen hart- en vaatziekten) onderdrukken sommige klachten die bij een hypo horen. U merkt dan minder snel dat uw bloedglucose laag is.

Behandeling

De behandeling van diabetes bestaat uit een dieet en medicijnen. Hiermee is de ziekte goed onder controle te houden. De behandeling is erop gericht de bloedglucosewaarde binnen de normale grenzen te houden.

Dieet

Vooral voor mensen met type 2-diabetes die te zwaar zijn, is een dieet belangrijk. Afvallen maakt dat de cellen weer wat gevoeliger voor insuline worden. Voor alle diabetespatiënten geldt dat zij een nieuw evenwicht moeten vinden tussen de hoeveelheid koolhydraten die zij eten en de hoeveelheid insuline in hun bloed.

Insuline

Insuline zorgt ervoor dat glucose in de cellen wordt opgenomen. Mensen met type 1-diabetes maken zelf geen insuline en moeten daarom insuline spuiten. Bij type 2-diabetes wordt insuline pas voorgeschreven als een dieet en tabletten niet voldoende helpen. Hoeveel en hoe vaak u insuline moet spuiten, verschilt per persoon. Als u insuline moet gaan gebruiken, wordt in het ziekenhuis eerst onderzocht hoeveel insuline u nodig hebt. Er zijn verschillende typen insuline:

* kortwerkend
* middellangwerkend
* langwerkend

Het verschil is de snelheid waarmee ze in het bloed worden opgenomen. Kortwerkende insuline werkt al na 10 tot 30 minuten. Bij middellangwerkende en langwerkende insuline duurt dat langer.

Spuitschema
U moet insuline spuiten volgens een schema dat speciaal voor u is gemaakt. Vaak krijgt u een combinatie van verschillende soorten insulines: kortwerkende insuline vangt een glucosepiek na een maaltijd op; langwerkende insuline maakt dat er altijd wat insuline in het bloed zit.

Tabletten

Mensen met type 2-diabetes moeten tabletten slikken die de bloedglucosewaarde op een normaal peil houden. Er zijn verschillende soorten tabletten:

* sulfonylureumderivaten, zoals tolbutamide, gliclazide, glimepiride, en glibenclamide, stimuleren de aanmaak van insuline. Ook worden de cellen waarschijnlijk gevoeliger voor insuline.
* metformine remt waarschijnlijk de productie van glucose in de lever. Dit middel is vooral geschikt voor mensen met overgewicht, omdat het – in tegenstelling tot de sulfonylureumderivaten – geen gewichtstoename veroorzaakt.
* acarbose remt de opname van glucose in het bloed.
* repaglinide zorgt ervoor dat het lichaam meer insuline gaat aanmaken.
* rosiglitazon en pioglitazon maken de lichaamscellen gevoeliger voor insuline, zodat de glucose beter kan worden opgenomen.
* sitagliptine en vildagliptine zorgen ervoor dat darmhormonen langer blijven werken. Hierdoor wordt de alvleesklier langer gestimuleerd wordt om insuline af te geven.

Als de tabletten onvoldoende werken, kan de arts u een combinatie van deze middelen voorschrijven. Als ook dat niet helpt, zal de arts u adviseren insuline te gaan spuiten.

Hulpmiddelen

In de apotheek zijn verschillende hulpmiddelen verkrijgbaar voor mensen met diabetes:

* Insulinepen: hiermee injecteert u op een gemakkelijke manier insuline.
* Insulinepompje: een pompje dat u altijd bij zich draagt en dat voortdurend insuline afgeeft aan uw lichaam. Dit wordt gebruikt als het niet lukt om met insuline-injecties de bloedglucose goed te regelen. Voor de maaltijd voegt u zelf extra insuline toe om de glucosepiek op te vangen. Als u het lastig vindt om zelf het pompje te vullen, dan kan dat in de apotheek voor u gedaan worden.
* Bloedglucosemeter: hiermee meet u uw bloedglucosewaarde.
* Bloedprikapparaatjes: hiermee prikt u een druppel bloed uit uw vinger om uw bloedglucosewaarde te meten.
* Diabetespas: gratis verkrijgbaar bij de apotheek. Hierin staan de medicijnen die u gebruikt en gegevens over periodieke controles, adviezen van uw arts en verpleegkundige en de bloedglucosewaarden die voor u het beste zijn. Verder noteert u hierin per dag uw bloedglucosewaarden. Door de diabetespas kunnen de verschillende hulpverleners hun adviezen beter op elkaar afstemmen.

Complicaties

Diabetes kan tot vervelende complicaties leiden. Dat is niet altijd te voorkomen, maar u kunt de kans op complicaties wel sterk verkleinen door uw ziekte goed onder controle te houden. Daarnaast is het belangrijk om complicaties in een vroeg stadium te herkennen. Dan is er vaak nog iets aan te doen. Veel voorkomende complicaties zijn:

Hart- en vaatziekten
Diabetes kan op de lange termijn leiden tot verstopte bloedvaten. U kunt dan bijvoorbeeld last krijgen van angina pectoris (pijn op de borst) en etalagebenen (pijn in kuit of voet die op kramp lijkt).

Voetproblemen
Diabetes kan leiden tot gevoelloosheid met name in de voeten en handen. Een onschuldig wondje aan uw voet merkt u daardoor niet op. Een wondje gaat gemakkelijk ontsteken, mede doordat diabetes ook kan leiden tot slechte bloedvaten en een slechte wondgenezing.

Oogafwijkingen
Door een te hoog bloedglucosegehalte kunnen haarvaatjes op het netvlies van het oog beschadigd raken. Het oog maakt nieuwe bloedvaatjes aan, maar deze zijn teer en kunnen gemakkelijk kapot gaan. Er ontstaan bloedinkjes in het oog, waardoor uw gezichtsvermogen achteruitgaat.

Nierafwijkingen
De werking van de nieren kan door een te hoog bloedglucosegehalte verslechteren. U kunt dan last krijgen van vermoeidheid en kortademigheid. Als de nieren nog verder verslechteren, kunt u last krijgen van bloedarmoede, jeuk, verminderde eetlust en spierkrampen `s nachts.

Seksuele problemen Seksuele problemen kunnen ontstaan door lichamelijke complicaties van de diabetes, slecht evenwicht van uw bloedglucose, maar ook door spanning of onzekerheid. U kunt last hebben van weinig of geen zin hebben in vrijen. Bij mannen kunnen erectieproblemen en zaadlozingsproblemen ontstaan en bij vrouwen niet vochtig genoeg worden en pijn bij het vrijen.

Wat kunt u zelf doen?

De kans op complicaties kunt u in de eerste plaats verkleinen door uw bloedglucose zoveel mogelijk in evenwicht te houden. Verder geeft de Diabetesvereniging Nederland per complicatie de volgende aanvullende adviezen.

Hart- en vaatziekten

* Probeer te stoppen met roken. Roken is slecht voor hart- en bloedvaten en vertraagt de opname van insuline.
* Wees matig met alcohol (mannen maximaal 3 glazen per dag, vrouwen maximaal 2).
* Neem voldoende lichaamsbeweging (minimaal elke dag ten minste een half uur).
* Eet niet te vet
* Laat uw cholesterolgehalte en bloeddruk regelmatig controleren.
* Probeer af te vallen als u te zwaar bent. Raadpleeg hiervoor een diëtist.

Voetproblemen

* U herkent voetproblemen aan:

o droge voeten of kloofjes in de voet;
o minder gevoel in de voet;
o tintelingen of pijn in de voet;
o vaak last van koude voeten;
o wondjes aan de voeten die moeilijk genezen;
o verkleuringen aan tenen of voeten (blauw/zwart, rood).

* Laat regelmatig uw voeten onderzoeken door de huisarts, internist, diabetesverpleegkundige, podotherapeut of pedicure met diabetesaantekening.
* Laat eelt weghalen om de kans op wondjes en infecties zo klein mogelijk te maken. Doe dit niet zelf, maar bezoek een pedicure met diabetesaantekening.
* Verzorg uw voeten goed:

o Bekijk uw voeten dagelijks
o Vet een droge huid dagelijks in met bijvoorbeeld vaseline of olie.
o Knip uw nagels recht af en niet te kort.
o Draag goede schoenen met voldoende ruimte voorin.
o Draag zoveel mogelijk platte schoenen.
o Gebruik kousen en sokken zonder naden, plooien of strak elastiek.
o Neem bij koude voeten liever geen kruik in bed, maar draag slaapsokken.
o Loop zo min mogelijk op blote voeten.
o Bewegen is goed voor de bloedsomloop van de voeten

Oogafwijkingen

* Laat regelmatig uw ogen controleren.
* Laat uw ogen vaker controleren, als u:

o last hebt van hoge bloeddruk;
o Last hebt van nierplroblemen
o bent overgeschakeld van tabletten op insuline;
o in verwachting bent.

Nierafwijkingen

* Laat uw urine en bloed controleren.
* Laat uw bloeddruk controleren. Als deze te hoog is, dan zal uw arts met u bespreken hoe uw bloeddruk verlaagd kan worden bijvoorbeeld door een zoutarm dieet of met medicijnen.

Seksuele problemen

* Maak het probleem bespreekbaar met uw partner.
* Praat erover met uw huisarts of een andere zorgverleners, zij weten dat mensen met diabetes deze problemen vaker hebben.
* Bij erectieproblemen kunnen injecties of een erectiepil helpen. Overleg hierover met uw arts.
* Een glijmiddel kan helpen bij vrouwen waarbij de vagina niet vochtig genoeg wordt.

Related posts

Pnyxe Comment Box