Kleine wonden

WAT MOET U EERST WETEN
W:
voor wie is het advies bedoeld (wie)

  • personen met verminderde doorbloeding
  • personen met verminderde afweer
  • personen met een stollingsstoornis
  • personen met diabetes mellitus

H: hoe lang heeft u al last van de verschijnselen (hoe lang)

  • niet relevant

A: wat heeft u er zelf aan gedaan (actie)

  • schoonmaken
  • desinfecteren
  • verbinden

M: medicatie die gebruikt wordt voor een andere aandoening (medicatie)

  • antistollingsmiddelen
  • corticosteroïden
  • middelen tegen diabetes mellitus

VERSCHIJNSELEN

  • Brandwond
  • Schaafwond
  • Snij- of steekwond
  • Bijtwond
  • Insectenbeet of -steek
  • Krabwond
  • Kloof
  • Blaar

WANNEER NAAR DE HUISARTS VERWIJZEN
Volwassen en kinderen

  • bij een gapende wond die moet gehecht worden; hechten kan tot 8 uur na het ongeval

Als er sprake is van een snijwond of scheurwond, waarbij twijfel is of het gehecht moet worden of niet, moet een arts worden geraadpleegd.

  • bij wonden met veel zand of vuil erin
  • bij een bijtwond van mens of dier (hond, kat, vos, vleermuis, adder)
  • bij een diepe wond
  • bij een derdegraads brandwond of een diepe tweedegraads brandwond groter dan een euro
  • bij een ontstoken wond die rood is, klopt en/of pus produceert
  • bij een wond, waarbij de patiënt/klant na enkele dagen koorts krijgt

Het optreden van koorts kan wijzen op wondroos (erysipelas); dit is een infectie door streptokokken

  • bij een wond aan het been bij een patiënt/klant met diabetes mellitus of doorbloedingsstoornissen (het been is dan wit en koud)
  • bij een wond die verslechtert
  • bij een open wond die na twee dagen nog pijnlijk is

DUUR VAN DE ZELFBEHANDELING
Adviseer de patiënt/klant naar de huisarts te gaan als de wond na een week niet is genezen of is verbeterd. Verwijs ook naar de huisarts als een open wond na 2 dagen nog pijnlijk is.
Patiënten/klanten met vertraagde wondgenezing (blijkend uit de antwoorden op de WHAM-vragen) moeten extra alert zijn: bij verslechtering van de wond direct naar de huisarts gaan.

ADVIES BIJ KLEINE WONDEN

  • Inspecteer de wond: open of gesloten, hoe groot, hoe diep, aanwezigheid van vuil of deeltjes. Als inspectie moeilijk is door bloed of vuil, reinig de wond dan eerst
  • Brandwonden moeten onmiddellijk en ten minste gedurende 10 minuten onder zacht stromend lauw water worden gekoeld. Reinig andere wonden met zacht stromend lauw water of fysiologische zoutoplossing. Verwijder vuil of splinters met een pincet die is ontsmet met 70% alcohol. Inspecteer daarna de wond
  • Wacht tot een eventuele bloeding is gestopt en ontsmet een open wond daarna door het aanbrengen van een ontsmettingsmiddel. Laat even drogen
  • Een gesloten wond of kleine open wond of kloof kan droog worden verbonden met wondpleister of een gaasje. Om verkleving van het gaas aan de wond te voorkomen, kan eerst een met paraffine geïmpregneerd gaasje op de wond worden gelegd. Als de wondranden wijken, kan de wond enigszins worden dichtgetrokken met een zwaluwstaartje. Eerstegraads verbrandingen kunnen worden verzacht met een verkoelende crème, bodylotion of gel, bijvoorbeeld lidocaïne-levomentholgel FNA
  • Een open wond of kloof wordt vochtig behandeld met een hydrocolloïdaal verband. Breng nooit watten of gazen droog op de wond aan
  • Ter voorkoming van krabwonden bij jeuk kan de nog intacte huid worden behandeld met lidocaïne-levomentholgel FNA
  • Ter voorkoming van kloven moet de huid regelmatig worden ingesmeerd met een verzorgende (hand)crème en ‘s nachts met een vette zalf (bijvoorbeeld vaseline). Voor de behandeling zijn speciale hydrocolloïdpleisters verkrijgbaar. Dikke eeltranden moeten eerst met een eeltrasp of vijl worden verwijderd
  • Een (brand)wond met geknapte blaar wordt vochtig behandeld met een hydrocolloïdaal verband. Een (brand)blaar die hinderlijk is kan met een gesteriliseerde naald worden ingeprikt; verwijder het blaardak niet. Breng nooit watten of gazen droog op de wond aan

MIDDELEN BIJ KLEINE WONDEN
Voor ontsmetting

EERSTE-KEUZEMIDDELEN
CHLOORHEXIDINE